Kung Sool

De Adelaar Hapkido Korea Wandelstok Kihap Het kleine kneepje Koreaans tuinieren De pen Chopsticks Lage schoppen sonh sal sin da Wijsheden Hapkido voor de sterren Kung Sool krijgskunsten Interview Jung Bong Band knopen Lange stok Kumdo Po Bak Sul Oogcontact en de krijgskunsten Verdediging tegen een zak over het hoofd Op de oren klappen

                                                                                    KUNG SOOL

Korea’s ‘Weg van de Boog’

Tekst en foto’s door Robert W. Young

  Het lot heeft Korea wreed bejegend. Oorlogen hebben het eens vredelievende Koreaanse volk doorlopend van buitenaf geteisterd. Hierdoor werden de beboste berghellingen en vruchtbare vlaktes van het schilderachtige land al te vaak in woestenijen veranderd. De inwoners van het schiereiland bleven daardoor slechts twee keuzemogelijkheden over: het perfectioneren van de krijgskunst, of ten onder gaan. Dit was uiteraard geen werkelijke keuze.

Westerse beoefenaars van de krijgskunsten doen nu hun voordeel met de erfenis van deze in de krijgskunsten bedreven voorvaderen van het Koreaanse volk. Vechtkunsten van de lege hand, zoals tae kwon do, tang soo do, kuk sool won en hapkido zijn bekend in de gehele wereld. De oude Koreaanse schermkunst, kum-do, is wat minder populair. Nog minder westerlingen zijn bekend met de in het moederland nog altijd geliefde weg van de Koreaanse boog, kung sool.

Hoewel de exacte datum van de introductie van de boogschietkunst in Korea onbekend is, wordt verondersteld dat rondtrekkende Mongoolse hordes de interesse van inlandse militaire experts in de werkzaamheid van de boog hebben gewekt. Vervolgens werden vaardigheden als het maken van bogen en het schieten ermee benadrukt als middelen om de soevereiniteit van het vaderland te waarborgen en de levens van zijn inwoners te beschermen.

Geschiedkundigen en wapenspecialisten zijn het erover eens dat het ontwerp van de Koreaanse boog waarschijnlijk uit  China of Mongolië stamt, hoewel het niet lang duurde voor zeer vaardige Koreaanse ambachtslieden het ruwe ingevoerde product aanpasten en verbeterden. Door ervaring, schade en schande door de generaties heen wijzer geworden wisten bogenmakers het proces te vervolmaken tot ze uitkwamen bij een verhoudingsgewijs korte, samengestelde reflexboog die zich zowel voor gebruik op de grond als vanaf een paard leende. Deze was, het klinkt ongelofelijk, in staat een bamboe pijl meer dan 145 meter ver te lanceren.

Zeer getrainde soldaten en ruiters oefenden eindeloos ten einde de optimale schiettechniek te leren beheersen. Nieuwelingen begonnen door de boog zonder pijlen maanden achtereen te spannen en weer los te laten.

Pas als de meester vond dat een jonge boogschutter een vrijwel perfecte stand en vorm had verkregen mocht deze voor het eerst een pijl oppakken.

Na nog vele maanden van schieten op vaststaande doelen werd het de boogschutter toegestaan op bewegende doelen te oefenen. Nadat deze vaardigheid was verworven werden levende dieren als snelle, onvoorspelbare doelen gebruikt die, in geval van een succesvolle jacht, bewezen dat een boogschutter klaar was voor de strijd.

De volgende stap in de training van een Koreaanse boogschutter werd uitgevoerd vanaf een paardenrug. De techniek van die tijd bestond uit het aanvallen van de vijand met bereden eenheden, daarom brachten de Koreanen de kunst van ma sool (de kunst van het paardrijden) samen met kung sool, ten einde het meest effectieve gevechtssysteem uit die tijd te bereiken.

De Hwarang-krijgers uit de Silla-dynastie (a.D. 668-935) zijn zowel in Korea als in de internationale krijgskunstwereld legendarisch. Deze jonge mannen vormden een zeer uitgewogen groep, gedrild als ze waren in alle aspecten van de oorlogvoering en in meer esoterische disciplines als Confucianistische filosofie en Chinese kalligrafie. Boven op de uitgebreide training in de lege-hand technieken van de vechtkunst legden de Hwarang zich op de drie traditionele wapens van dynastiek Korea toe: het zwaard, de drietand en de boog. De Koreaanse boog zou tot ver in de 15e eeuw, toen vuurwapens werden geïntroduceerd, een uitzonderlijk wapen blijven.

De korte boog die door de beroemde bogenmaker Kim Ki-won zaliger werd gecreëerd vormt een onvervreemdbaar deel van kung sool. Toen een voortijdig auto-ongeluk hem enkele jaren geleden het leven benam werd zijn broer, Kim Pak-young, de belangrijkste levende autoriteit op het gebied van de Koreaanse boog, waarbij hij de positie van de oudere Kim overnam. Vandaag de dag maakt hij nog steeds dezelfde bogen.

Zoals Kim  Pak-Young uitlegt is het vervaardigingproces van de boog zelf de fascinerende sleutel tot het superieure bereik en de superieure zuiverheid van het wapen. Drie soorten hout zijn er voor nodig: bamboe, eikenhout en moerbeiboomhout. Deze worden zeer nauwgezet volgens precieze specificaties gezaagd, in vorm gebracht en gedroogd. Een speciale lijm die wordt verkregen uit de gekookte zwemblazen van een bepaald soort baars verbindt de verschillende delen permanent. Vervolgens worden met dezelfde lijm dunne strookjes hoorn van een waterbuffel aan de

buitenzijde van de werparmen van de boog bevestigt. Delen van de vezelige pees afkomstig van een koeienrug worden aan de binnenzijde van de werparmen bevestigd. Het geheel wordt daarna opeenvolgend gedurende een aantal weken verwarmd, gedroogd en gebogen, nadat al het overbodige hout is weggehaald. Wanneer dit gebeurd is worden stukjes acaciahout op maat gemaakt en bevestigd, waarna een dun laagje berkenbast wordt toegevoegd om het geheel waterdicht te maken. De boog is nu klaar, zo’n vier maanden nadat ermee werd begonnen.

Vele Koreaanse boogschutters claimen dat een boog 3000 maal moet worden aangeraakt alvorens deze gereed is. Naar men beweerd is de boog dan eveneens goed voor zo’n 3000 schoten – bij normaal gebruik betekent dit ongeveer een jaar – alvorens de souplesse en kracht achteruit beginnen te gaan. Nu kan niets het leven in de organische materialen van de boog meer terugbrengen; men dient zich van de boog te ontdoen en een nieuwe aan te schaffen.

Nog maar zo’n 20 tot 30 jaar geleden waren er maar weinig beoefenaren van de Koreaanse boogschietkunst. Jonge Koreanen kozen liever voor westerse uitdagingen. De recente opleving van het nationalisme heeft echter geleid tot een zekere hang naar datgene wat uit het verleden is overgeleverd, naar kunst en oude gebruiken. Er zijn momenteel meer dan 5000 boogschutters in Zuid-Korea, en bijna 200 oefenterreinen.

Studenten beginnen hun leerproces net als hun voorvaderen; zodra ze de correcte houding, het spannen, loslaten en de juiste ademtechniek beheersen begeven ze zich naar het schietterrein voor werkelijke schietoefeningen.

De afstand tussen het lanceerpunt en het doel is bij de meeste Koreaanse oefenterreinen een verbazingwekkende 145 meter. Vanaf het betonnen platform lijken de 2,1 bij 1,5 meter grote doelen te klein om zelfs maar te kunnen raken. Toch presteren veel studenten het om een pijl in dat doel te schieten na slechts twee maanden training. Het vergt evenwel in het algemeen meer dan een jaar  van toegewijde oefening om zeer bedreven in kung sool te worden.

In tegenstelling tot de westerse boogschietkunst, waarbij alleen lichamelijke techniek wordt onderwezen, omvat de oosterse boogschietkunst tevens een hogere, spirituele factor. Kung sool werd aanvankelijk beschouwd als dé manier voor een cultureel onderlegd man om zijn karakter tot volledige potentie te ontwikkelen.

De spieren en daarmee verbonden zenuwen worden op natuurlijke wijze aangesproken gedurende de training. Dit geldt evenzeer voor de longen, die van vitaal belang zijn voor een rustig spannen, richten en loslaten. Concentratie en rust zijn wellicht de belangrijkste aspecten in de gevorderde training van kung sool.

De beoefening van kung sool heeft zijn praktische oorsprong in het krijgswezen overstegen, en ontstijgt bovendien de oppervlakkige classificatie als traditionele sport. Het kung sool van tegenwoordig wordt, net als dat uit het verre verleden, volkomen terecht beschouwd als een do, een complete levensweg.

 

Over de auteur: Robert W. Young is een in Pusan, Zuid-Korea gevestigde correspondent van BLACK BELT.

                          

Voor het laatst bijgewerkt op 04-07-2010                               postmaster@traditioneelhapkido.nl

Copyright © 2002-2010 All rights reserved  S.T.H.N.

Alle rechten voorbehouden.