krijgskunsten

De Adelaar Hapkido Korea Wandelstok Kihap Het kleine kneepje Koreaans tuinieren De pen Chopsticks Lage schoppen sonh sal sin da Wijsheden Hapkido voor de sterren Kung Sool krijgskunsten Interview Jung Bong Band knopen Lange stok Kumdo Po Bak Sul Oogcontact en de krijgskunsten Verdediging tegen een zak over het hoofd Op de oren klappen

        BOEDDHISTISCHE KRIJGSKUNSTEN  van de Koreaanse Tempels

© 1995 door Robert W.Young

 

Als men de woorden ‘Shaolin Tempel’ hoort, moet men onmiddellijk denken aan de oude bronnen van kung fu: Ervaren Boeddhistische meesters die klassen met jongere monniken leiden door de oefeningen die hen uiteindelijk zullen maken tot experts in de vechtkunsten; eindeloze herhalingen van basisbewegingen en technieken die met volharding worden beoefend, ondanks extreme weersomstandigheden; en als een aanval zich dan toch voordoet levensechte mogelijkheden om de dodelijkheid van al wat is geleerd aan de praktijk te toetsen.

  Hoeveel waarheid de hedendaagse vertellingen over de wederwaardigheden van de monniken nu eigenlijk precies bevatten is moeilijk vast te stellen. In wezen is dat voor ons ook niet echt van belang. Het gaat om de kunst die zij ontwikkelden en doorgaven aan de opeenvolgende generaties, omdat dit de basis is van zoveel wat wij heden ten dage bestuderen. Daarnaast verschaffen de verhalen over de door deze monniken beleefde avonturen nog altijd inspiratie en opwinding aan tallozen over de hele wereld die de krijgskunsten en de geschiedenis bestuderen. Het lijkt dat zelfs na zoveel eeuwen mensen nog altijd gefascineerd worden door dat waarvan zij ten onrechte menen dat het in de mist der tijden verloren is gegaan.

Geschiedenis

Het Boeddhisme bereikte China vanuit India in de vierde eeuw van onze jaartelling. Kort daarop verspreidden rondtrekkende Chinese monniken hun leer over het Koreaanse schiereiland. Het lijkt voor de hand liggend dat zij – uit noodzaak – wat van hun tempelkrijgskunst mee zouden nemen. Dat roept de vraag op wat er met deze kunst is gebeurd. Ligt deze aan de basis van tae kyon, taekwondo en de andere Koreaanse stijlen? Het is aanvechtbaar dat zij die taekwondo creëerden door de krijgskunsten uit de tempels werden geïnspireerd. Maar het is zeker dat in enkele afgezonderde Boeddhistische kloosters in Korea nog altijd een zeldzame en vrijwel onbekende kunstvorm wordt beoefend. Het is een directe afstammeling van wat in oude tijden aan de Chinese monniken werd onderwezen.

De stijl heet bul mu do. In het Nederlands vertaald betekent ‘bul’ Boeddha of Boeddhistisch, ‘‘mu’ met de krijgskunst te maken hebbend of

militair, en ‘do’ de kunst of het onderricht. Of men nu de Chinese of de Koreaanse karakters leest, het resultaat is in beide gevallen gelijk: de Boeddhistische Krijgskunsten.

  Een van de weinige hedendaagse trainingsplaatsen voor bul mu do bevindt zich in het zuiden van Korea. Deze heet Chung Nyun Ahm, of de Tempel van de Blauwe Lotus. Het is een kleine verzameling gebouwen die aan het meer uitgebreide Bomo-Sa klooster toebehoren, dat uit het jaar 678 van onze jaartelling stamt. Ooit werd gemeld dat de ettelijke duizenden bekwame monniken die hier leefden een beslissende rol speelden in het terugslaan van een Japanse invasie. Desondanks werd Bomo-Sa op een later tijdstip door een Japanse krijgsmacht tot de grond toe afgebrand. De huidige tempel werd in 1613 opnieuw opgebouwd.

Om alhier te komen moet men, na het hoofdcomplex van de tempel te hebben gepasseerd, gedurende een minuut of 20 een veelbelopen maar ongemarkeerd pad opgaan. Daar bevindt zich een door bomen en bergen verborgen verrassend moderne uit steen en beton opgetrokken trainingshal.

Een snelle inspectie toont ons wat wij bij een tempel kunnen verwachten. We zien monniken in hun karakteristieke grijze kleding terwijl zij allerlei alledaagse karweitjes verrichten, zoals het wassen van kleren, het bijhouden van kleine tuintjes en het repareren van vervallen gebouwen. Het geheel komt zo vredig en sereen over dat men nooit zou vermoeden met experts in de krijgskunsten te maken te hebben.

  De hiernavolgende bijzonderheden betreffende bul mu do werden ons tijdens een gesprek met de huidige meester en hoofdinstructeur van Chung Nyun Ahm uit de doeken gedaan. In overeenstemming met zijn uitdrukkelijke verzoek zal zijn naam niet openbaar worden gemaakt. Er moet ook worden vermeld dat deze meester bijzonder terughoudend was met het verschaffen van gegevens over wat altijd een nogal geheime kunst is geweest. Hij was echter wél zo vriendelijk om enkele van de belangrijkste grondslagen uit te leggen en stond diverse observaties van de les toe.

Vechtmonniken

Het exacte begin van bul mu do is moeilijk vast te stellen. Aangezien de mens altijd gedwongen is geweest om zich zowel tegen wilde dieren als tegen zijn medemens te verdedigen, moeten de krijgskunsten zich over een lange tijdsperiode hebben ontwikkeld. Het is moeilijk de verdienste van een enkeling ten aanzien van hun ontwikkeling klakkeloos aan te nemen. Het is echter vrij zeker dat de Boeddhistische tempels van China de eerste plekken waren waar de vechtkunsten werden geanalyseerd en samengebracht, en vervolgens verbeterd. De bakermat van Bul mu do gaat dientengevolge terug tot deze tijd en plaats. De introductie in Korea vond hoogstwaarschijnlijk plaats tijdens de Drie Koninkrijken periode uit de Koreaanse geschiedenis (beginnend in 372 AD). De kunst werd sinds die tijd zorgvuldig bewaard en heimelijk onderwezen binnen de Boeddhistische gemeenschap.

Een voor de hand liggende vraag is: ‘waarom volgen Boeddhistische monniken, die zich richten op vrede en spirituele ontwikkeling, onderricht in de krijgskunsten?’. Iedereen heeft wel eens een kung fu film uit Hong Kong gezien waarin monniken onbevreesd hun tempel tegen krijgsheren en plunderende legers verdedigen. Iedereen weet echter ook dat het toch wel onwaarschijnlijk is dat zoiets vandaag aan de dag gebeurt. Waarom spannen ze zich dan toch zo in? Meer dan om redenen van zelfverdediging doen ze dit omdat ze geloven in het verband tussen lichaam en geest. Zij willen hun geduld, doorzettingsvermogen en zelfbeheersing ontwikkelen.

 Zij geloven dat het gemakkelijker is om mededogend te zijn wanneer men sterk is. En ze zijn ervan overtuigd dat deze kwaliteiten kunnen worden behaald door de training van het lichaam volgens een oude methode die zich bewezen heeft, die van bul mu do.

Om een redelijke bedrevenheid in bul mu do te verwerven is uiterste toewijding en doorzettingsvermogen een vereiste. De meeste krijgskunsten zijn hieruit voortgekomen, maar daarna volgens sommige experts verwaterd.

Dit komt doordat de kunsten zich uit verkoopmotieven aan de leerlingen hebben aangepast in plaats van de leerlingen te dwingen zich aan de kunsten aan te passen. Als ze te inspannend zijn zullen mensen verveeld raken en ermee stoppen. Als de leraar ze niet prijst zullen mensen boos worden en ermee ophouden. In ieder geval betekent een gebrek aan leerlingen een gebrek aan geld, wat het in bedrijf houden van een school onmogelijk maakt. Sluiting wordt onvermijdelijk.

In tegenstelling hiermee zijn Boeddhistische monniken zeer geschikt voor de bestudering van de echte verdedigingskunsten. Omdat ze besloten hebben hun leven te wijden aan hun religie, weten ze wat toewijding  betekent. Hun keuze om bul mu do al dan niet te bestuderen is compleet vrijwillig. Succes of mislukking heeft geen invloed op hun toekomst in de tempel. Dat is een voordeel, want tijdens de bestudering en beoefening van bul mu do zijn verwondingen en zelfs botbreuken niet ongewoon. Het deel dat er na de eerste studieweek de brui aan geeft ligt op een schokkende 90 procent, zegt de hoofdmonnik.

Training

Sinds deze eerste ontmoeting blijft de meestermonnik de nadruk leggen op een belangrijk punt van bul mu do, evenwicht. Dit werd vergeleken met een pissende hond. Het duurt lang voordat een hond heeft geleerd stevig op drie poten te staan; deze vaardigheid heeft hij niet van nature. Mensen bevinden zich in de krijgskunsten in dezelfde positie. Vele maanden training zijn nodig voordat mensen op één been kunnen balanceren, maar dit is onontbeerlijk voor elke verdere vooruitgang. Het is letterlijk het fundament voor al het andere, en alle leerlingen moeten hiermee beginnen.

  De training vindt gedurende zes dagen per week plaats, behalve op zondag. Elke training duurt een loodzware drie uur, waarbij precies om 8 uur ’s ochtends wordt begonnen. Gedurende ongeveer 30 minuten verrichten een stuk of tien leerlingen, waaronder monniken en novicen, diverse rek- en opwarmingsoefeningen. Ze maken daarbij gebruik van de vloer, de muur, zware zakken en zelfs een stel gymnastiekringen die aan het plafond hangen. Deze opwarming is pittig genoeg om zelfs in de koude ochtendlucht zweetdruppels te vormen. Sommige leerlingen trekken hun T-shirt uit, maar ze dragen allemaal de zakkige grijze broeken van Koreaanse monniken. Geen van hen heeft een band of enige andere aanduiding van rang.

Rond half negen arriveert de meester. Hij is een man van rond de 55, kleiner dan gemiddeld, die rondloopt met het vanzelfsprekende zelfvertrouwen van iemand die niemand te vrezen heeft. De leerlingen stellen zich direct op, waarbij ze hun geopende handen voor hun borst plaatsen alsof ze willen bidden, en buigen vervolgens. Daarna beantwoordt hij hun respectbetuiging. Anders dan leraren in andere trainingshallen beweegt hij zich niet tussen de leerlingen. Hij neemt plaats op een verhoogd platform voor in de hal. Terwijl hij op kenmerkende wijze met gekruiste benen en de handen op de knieën zit leidt hij alle activiteiten vanaf dit punt.

  Samen met hun meester doorlopen de leerlingen een korte tien minuten durende ademhalings- en meditatieoefening. Men beweert dat Bodhidharma dezelfde oefening reeds in de Shaolin Tempel onderwees. Meesterschap hierover zorgt er naar wordt beweerd voor dat men langere tijd door kan vechten zonder vermoeid te raken. Ze nemen de traditionele ‘zit op paard’ houding in met gesloten ogen, waarbij de handen samen worden gehouden bij het ‘tan tien’ of het centrum van de energiekanalen van het lichaam. De ruimte is bijna stil, op het geluid van langzame, lang aangehouden in- en uitademingen na.

Tijdens ongeveer een half uur hierna doorlopen de leerlingen een aantal verbazingwekkende schopoefeningen. Alle bewegingen beginnen met samengeknepen handen en een buiging, met daarna een lage houding met gestrekte armen, waarbij de vingers samen worden gehouden en uitgestrekt. Vooral vliegende bewegingen worden door steeds één of twee leerlingen gemaakt, waarbij de hele lengte van de hal wordt gebruikt. Het lijkt in de vloeiende elegantie van de bewegingen zowel heel erg op ballet als op gymnastiek. Omdat niet iedereen een expert is leidt en corrigeert de meester vanaf het platform, waarbij hij nooit boos wordt of zelfs maar zijn stem verheft.

                                                                                                                                   

 

Voor het laatst bijgewerkt op 23-01-2012                             postmaster@traditioneelhapkido.nl

Copyright © 2002-2012 All rights reserved  S.T.H.N.

Alle rechten voorbehouden.